|
minfin.nl
|
Naast genoemde uitzondering dat er onder voorwaarden een BTW vrijstelling is als er sprake is van bevordering van arbeidsmobiliteit door uitleen tussen twee publiekrechterlijke organen is er sinds juli 2009 een tweede situatie waarin sprake is van BTW vrijstelling. Het betreft de uitleen van onderwijzend personeel. Deze vrijstelling is het resultaat van een rechterlijke uitspraak van het Hof in Den Haag. De 'onderwijsvrijstelling' moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Het moet gaan om een uitleen door een onderwijsinstelling aan een onderwijsinstelling;
- Er moet een noodzaak zijn bij de inlenende onderwijsorganisatie. In feite moet de inleen noodzakelijk zijn om de kwaliteit van het onderwijs te verzekeren.
- De uitleen mag niet het genereren van (extra) inkomsten als doel hebben, zodat het opgevat kan worden als concurrentie van commerci‘le ondernemers.
De staatssecretaris van Financiën heeft de 'onderwijsvrijstelling' in een brief aan de tweede kamer van 16 juli 2009 toegelicht. De tekst van deze brief, waarin een nadere uitwerking op de drie genoemde criteria staat, is bij het bureau opvraagbaar. Deze vrijstelling gaat met terugwerkende kracht in per 14 juni 2007, met dien verstande dat op reeds onherroepelijk vaststaande heffingen niet terug wordt gekomen.
Drs. P.P.J.M. Brouwers (penningmeester)
|